"Hier verlies je je benen" - Bonjasky en Aerts zouden dit anders doen bij Glory
In dit artikel:
Het Glory-toernooi laat niet alleen zien wie er wint, maar vooral hoe kickboksen is veranderd: niet door nieuwe regels, maar door andere keuzes in de ring. Waar K-1-legendes als Remy Bonjasky en Peter Aerts typische kenmerken hadden van meteen hoog tempo, massale voorwaartse druk en snelle combinaties om het gevecht in de uitwisseling te beslissen, werken moderne Glory-vechters meer op het ondermijnen van dat fundament.
In de hedendaagse wedstrijden wordt afstand en ritme bestuurd: vertragen, de benen systematisch aanvallen en wachten tot herhaalde low kicks effect sorteren. De zogenaamde calf kick maakt één trap onschuldig, maar meerdere goede trappen maken lopen, combinaties en explosieve knieën steeds moeilijker. Daardoor dwingt de moderne stilist de tegenstander te reageren voordat die echt kan beginnen.
Stel je voor hoe Bonjasky of Aerts hiermee omgingen: zij zouden sneller de ruimte binnendringen en het tempo zelf opleggen om die beenaanvallen te voorkomen. Het toernooi voelt daardoor als een confrontatie tussen twee tijdperken — oude ideeën van volume en druk versus nieuwe strategieën van geduld, controle en subtiele, cumulatieve schade aan de benen. Analisten wijzen vooral op één consequentie: verlies van mobiliteit verandert het hele gevecht.