'Het gaat om meer dan vechten' - Vechtsportbaas ziet Kops als rolmodel voor sportwereld
In dit artikel:
In een eenvoudige sportschool in Amsterdam trainen straatjongens en juristen zij aan zij: Sportschool Kops biedt geen dure toebehoren, maar wel strakke structuur, discipline en een duidelijke hiërarchie. Eigenaar Bert Kops heeft van de plek meer gemaakt dan een trainingsruimte; het is een veilige haven en opvoedplek waar sporten wordt ingezet als middel tot volwassenwording, niet als doel op zich.
Farid Gamei, directeur van de Vechtsportautoriteit, groeide er als kind op en noemt Kops zijn vormingsplek. De lessen daar — op tijd komen, luisteren, hard werken — gebruikt hij nog dagelijks in zijn werk en gezin. Kops heeft bovendien hoog op de agenda staan dat trainers gekwalificeerd zijn: een VOG en een opleiding zijn verplicht, en coaches moeten ook signaleren en begeleiden, niet alleen techniek aanleren.
Bekende vechters zoals Gegard Mousasi en Levi Rigters vonden ook hun weg naar Kops, wat de sportschool extra gezag verschaft. De club legt nadruk op gedrag: respect en discipline zijn basisvoorwaarden, en trainers vervullen een voorbeeldfunctie waar jongeren op reageren. Daardoor fungeert de gym als oefenterrein voor sociale vaardigheden en verantwoordelijkheden naast fysieke training.
De Vechtsportautoriteit voert al jaren eisen voor scholen en trainers; Gamei wijst erop dat zulke normen in andere sectoren (zoals kinderopvang) vanzelfsprekend zijn, terwijl in de sport nog te vaak iedereen zomaar trainer kan worden. Hij pleit voor landelijke standaarden en gebruikt Kops als praktijkvoorbeeld van hoe het beter kan: veilig, sociaal en streng waar nodig.
Kortom: Sportschool Kops in Amsterdam laat zien dat een vechtsportschool meer kan betekenen dan sparren en combinaties — het kan jongeren begeleiden naar volwassen gedrag en tegelijkertijd een professioneel, gecontroleerd kader bieden waar andere clubs in de sport van kunnen leren.